Texel & de dorpen

Ontstaan van het eiland

Het landschap van Texel wijkt sterk af van dat van de andere waddeneilanden, die voornamelijk uit zand- en duingebieden bestaan. De belangrijkste oorzaak is het verschil in bodemopbouw, maar de activiteiten van generaties bewoners hebben hier ook zeker toe bijgedragen.

 

In het geologische tijdperk het Pleistoceen, dat duurde tot tienduizend jaar geleden, wisselden ijstijden en warmere perioden elkaar af. Gedurende één van deze koude perioden – het Saalien – werden Twente, Zuid-Drenthe, Zuid-Friesland, Wieringen en Texel bedekt met landijs afkomstig uit Scandinavië. Het met dit landijs meegevoerde keileem, een mengsel van leem, keien en grind, werd door het ijs opgestuwd en bleef na afloop van deze ijstijd achter. De Hoge Berg is het meest duidelijke voorbeeld van zo’n opstuwing.

 

In dit gebied komen ook veel grote keien in de bodem voor. Een zwerfkei van enorme afmeting is te zien voor de NJHC-herberg op De Hoge Berg. In de daarop volgende ijstijd, het Weichselien, bereikte het ijs ons land niet, maar heerste er wel een bar klimaat. Grote hoeveelheden materiaal verstoven en werden op de ondergrond afgezet. In het daarop volgende tijdvak – het Holoceen – werden de laagten tussen de oude keileemopduikingen en het opgestoven dekzandpakket opgevuld met zeeklei. Dit oudste gedeelte van het huidige Texel beslaat globaal de streek tussen Den Hoorn, Den Burg, Hoge Berg, De Waal en Oosterend. Dit gebied wordt nu nog het ‘oude land’ genoemd.

 

Aan de Noordzeezijde ontstond in de loop van de 13e eeuw een boogvormige reeks van duinketens, van de Hors in het zuiden tot De Koog in het noorden. Ten noorden van het toenmalige eiland Texel lag het eilandje Eijerland, dat voornamelijk uit duinen bestond.
(bron: VVV)

Texel Historie
Texel Historie

Ontwikkeling

De verschillende op elkaar inwerkende factoren als bodem, water, klimaat, flora en fauna en in belangrijke mate de invloeden van de mens hebben het landschap gevormd.

 

De eerste bewoners waren nog niet in staat om zich door middel van dijken tegen de zee te beschermen. Zij vestigden zich daarom op de keileemopstuwingen, de hoger gelegen delen in het landschap. Bij opgravingen zijn sporen van bewoning gevonden uit de Midden-Steentijd (8.000 – 4.500 jaar v. Chr.). Veel later ontstonden op deze hoger gelegen delen de dorpen Den Burg, De Waal, Den Hoorn, Oosterend en De Westen.

De Westen was in de 13e eeuw het belangrijkste dorp van Texel. Doordat het dorp via een slenk in verbinding stond met de Noordzee, werd het voornamelijk door vissers bewoond. In de 14e eeuw is de slenk door het verstuivende duinzand geheel dichtgestoven. De bevolking verliet het dorp en trok naar Den Hoorn en De Koog. De verlaten huizen werden afgebroken. De kerktoren van De Westen hield echter nog eeuwen stand en werd pas in 1859 afgebroken. Het Torenhuis aan de Westerweg is het enig overgebleven huis van dit dorp.

 

De lagere delen van het eiland lagen onbeschermd tegen de zee. Stormen stuwden het water telkens diep het land in en overstroomden regelmatig de weidegronden. Op twee manieren probeerde men zich rond 1300 tegen de zee te beschermen. Tussen de hoger gelegen delen legde men dammen aan, waardoor zowel een waterkering als een verbinding tussen de gebieden ontstond. Daarnaast ging men die gronden, die slechts bij hoge vloed overstroomden, bedijken. Deze poldertjes werden destijds “cooghen” genoemd. Dit woord komt ook nu nog voor in de namen van delen van het eiland, zoals De Koog en Everstekoog (afkomstig van Uterste of Buitenste Koog). De uiterst lage dijkjes van die eerste inpolderingen verdwenen in de loop der tijd en maakten soms plaats voor wegen, zoals bijvoorbeeld het Oude Dijkje nabij De Koog. Op plaatsen waar de zee door de dijkjes brak, ontstonden de zogenaamde walen. Deze waterkolken, zoals Wegeswaal bij het Waalenburgerdijkje, zijn restanten van oude dijkdoorbraken en zijn nu nog op diverse plaatsen zichtbaar.

 

Ten tijde van de duinvorming aan de westkant van het ‘oude land’ van Texel, vormde zich ten noorden van De Koog een breed en laag strand. In de jaren 1629/1630 heeft men de duinvorming hier bevorderd door het plaatsen van rietschermen en het planten van helm en andere zandbinders. Op deze manier wist men een verbinding tot stand te brengen tussen Texel en het eilandje Eijerland. Het voor deze stuifdijk aangeslibde land werd in 1835 bedijkt. Na deze polder Eierland volgde in 1846 polder De Eendracht, in 1847 de Prins Hendrikpolder en tenslotte in 1876 de polder Het Noorden.

 

De kracht van de natuur is een factor waar altijd rekening mee gehouden moet worden. Ondanks alle technische kennis en inzet van het modernste materieel, zal men altijd tegen de zee moeten blijven strijden. Door zware noordwester stormen verdwijnen regelmatig tientallen, soms honderden meters duin in zee. Door middel van helmaanplant, strekdammen en zandsuppletie wordt voorkomen dat de duinenrij steeds smaller wordt. Bij zandsuppletie wordt zand uit zee opgezogen en op het strand gespoten. Een kwetsbaar punt bevindt zich bij de vuurtoren. Bij de ingebruikname van de vuurtoren in 1864 was de afstand tot de zee nog ongeveer 3.000 meter. Dit duinengebied is geheel weggeslagen; de vuurtoren staat er alleen nog dankzij een beschermende asfaltglooiing. Door de aanleg van een strekdam breidt het strand bij de vuurtoren nu weer uit. In het zuiden van het eiland, bij de Hors, wordt het eiland echter steeds groter, doordat elders weggeslagen zand daar weer afgezet wordt. Aan de oostzijde van het eiland is inmiddels de gehele Waddendijk op Deltahoogte (7,45 m boven NAP) gebracht.
(bron: VVV)

Torenhuis Texel
Texel geschiedenis
Texel
Waal en Burg
Texel

Het strand

 

De grote trekpleister is het 25 km lange Noordzeestrand, per auto bereikbaar langs acht verschillende, verharde wegen met parkeerterreinen nabij het strand. Op deze strandgedeelten wordt toezicht gehouden door badmeesters. Ook vind je op deze stranden een paviljoen, waar je van een heerlijke versnapering kunt genieten. Alle stranden zijn genummerd.

Het duingebied

 

Het aangrenzend duingebied is ongeveer 3.500 hectare groot, daarbij kan de breedte varieëren van 0,5 tot 3 km. Dit gebied is voor een groot gedeelte vrij toegankelijk. De beschermde duingebieden zijn de broedterreinen voor vele vogelsoorten.
Staatsbosbeheer wil u hiervan laten genieten door het houden van excursies onder deskundige leiding. Bijzonder aantrekkelijke duingebieden zijn De Slufter (grote open vlakte in de duinen met open verbinding naar zee), De Muy en De Geul (broedplaatsen voor o.a. de lepelaar).

Het bos

 

Rond de eeuwwisseling is men begonnen om dit dennenbos aan te leggen, voornamelijk om het stuiven van de duinen tegen te gaan. Dit 500 hectare grote bos wordt De Dennen genoemd. De bospercelen werden afgewisseld door heidevelden, weide-, bouw- en bollenland. Ook door de aanplant van meerdere soorten loofbomen ontstaat er tegenwoordig een steeds grotere variatie.

Texels binnenland

 

De kern van het binnenland bestaat uit een zacht glooiend landschap gevormd in één van de ijstijden.

 

Hier staan op en rond de Hoge Berg de karakteristieke stolpboerderijen, de schapenboeten (opvallend door het aflopende dak aan de westzijde en de rechte voorzijde is altijd naar de oostkant gericht) en de ‘tuunwoallen’ (de uit zoden opgebouwde perceelscheidingen). Verspreid over het gehele eiland, maar voornamelijk tegen de duinenrij, liggen de bloembollenvelden met een oppervlakte van meer dan 100 hectare.

Tuinwal

Polder Eierland

 

Ten noorden en ten zuiden van de oude kern is Texel uitgebreid met verscheidene polders. De eerste bedijking 1345, de laatste in 1875. Eierland is de grootste polder, genoemd naar de vele eieren die daar geraapt werden. Het voormalige eilandje Eijerland, het gebied rond de vuurtoren, werd in 1630 met het ‘oude land’ van Texel verbonden door een zanddijk. Deze werd regelmatig na een zware storm door de zee doorbroken. Daardoor bleef ter hoogte van De Slufter een verbinding bestaan met het
achterliggende land. Achter deze dijk slibde de huidige polder aan, die later in 1835 definitief werd bedijkt. Deze zanddijk loopt langs De Muy, De Slufter door tot aan De Krim. De Ruygendijk, deze dijk verhinderde dat het water dat over de kweldergrond (nu polder Eierland) tijdens een zware storm het land binnenstroomde. De Ruygendijk vormt de scheiding tussen het oude en nieuwe Texel.

Tanja

De Waddenzee

 

Aan de oostkant van het eiland ligt de Waddenzee, van het land gescheiden door een dijk. Deze dijk zit vol met bochten, dit komt omdat men in de tijd dat ze deze dijk bouwden, gebrek aan voldoende technische kennis bezaten. Ze bouwde de dijk daar waar de zee ondiep en zo goed als vrij van stroming was. Later heeft men, bij het op deltahoogte maken van de dijk, enkele stukken ‘recht getrokken’. De binnendijks gelegen dijksloot en het buitendijks gelegen wad zijn rijk aan vogel leven. Vooral De Schorren is zeer in trek bij de vele verschillende vogels die hier hun foerage- en of broedgebied hebben. Sinds enkele jaren broeden er een tiental lepelaars. In het noorden tegen De Schorren aan, ligt de polder De Eendracht. Het ministerie van VROM heeft gedeelten van deze polder aangekocht, omdat dit de foerage plaats van wilde ganzen is.

Texels Schaap
Waddenzee